Grote Dinsdag en herdenking van de 10 maagden
Grote Dinsdag verwijst symbolisch naar de derde dag van de schepping, waarop God het groen op de aarde deed uitspruiten en vruchtbomen liet groeien. Samen met de zichtbare, stoffelijke bomen plantte God ook geestelijke “bomen”: de rijen van rechtvaardigen en heilige profeten. Zoals de heilige apostel Paulus getuigt: “God heeft ons in Christus uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld” (Ef. 1,4).
Grote Dinsdag herinnert tevens aan de derde periode in de heilsgeschiedenis: de tijd van de zondvloed, toen het water de aarde bedekte, en aan het moment waarop God de talen van de mensen verwarde en hen over de aarde verspreidde (Gen. 7–11). De evangelielezing over de gelijkenis van de tien maagden (Mat. 25,1–13) — vijf wijze en vijf dwaze — spoort de gelovigen aan waakzaam en voorbereid te zijn op de komst van de Heer.
Op Grote Dinsdag verschijnen tijdens de Vespers tien kinderen in het midden van de kerk. Vijf van hen dragen brandende kaarsen, als teken van de wijze maagden; de andere vijf dragen gedoofde kaarsen, als beeld van de dwaze maagden.

